Drie respectvolle buigingen als oefening

In het Oosten is het een gewoonte om met een kleine buiging respect te betuigen tegenover anderen. Je doet dat bijvoorbeeld in Boeddhistische kloosters voor het beeld van de Boeddha. Je maakt dan ook kennis met een oud ritueel, want naast dat beeld zit vaak een monnik met een gong. Als je buigt voor het Boeddhabeeld, slaat de monnik op zijn gong. De reden? Als je respectvol buigt, maak je ruimte in je hoofd en je hart en opent je fontanel. Het geluid van de gong is bedoeld om via je fontanel (tianman) extra qi je lichaam in te sturen. De klank van de gong resoneert in je organen en simuleert ze daardoor.

Ook zonder gong is buigen een prima manier om je open te stellen en over te geven. Je kunt het gebruiken als een prettige en makkelijk uit te voeren oefening. Het gaat zo.
Druk je handen tegen elkaar voor je borst, vingertoppen wijzen omhoog. Maak een buiging. Doe dat langzaam, intens, vol gevoel. Geef je over en open jezelf voor de kracht van het universum. Kom weer rechtop en herhaal het nog twee keer.

Teacher Li gebruikte het als een zelfstandige oefening, maar je kunt de buigingen ook opnemen in de LQU. Bijvoorbeeld aan het einde van de opening als je toch al je handen voor je borst tegen elkaar zet. Daar kun je de drie buigingen heel makkelijk toevoegen. Ze passen ook aan het begin van de afsluiting.

Plezier!

Peter Veen – www.qiworks.nl